Over prikkels

We gingen naar een winkel. Een mega grote winkel. Met dus: mega veel spullen. En mega veel mensen. Mega veel lawaai. Mega veel.. prikkels.

 Ik had een zonnebril op, en oordopjes in. Maar het was gewoon te veel. Tel daar het bekijken, aanhoren en uitproberen van een nieuwe fiets bij op, en je begrijpt: het was té veel. Toch dacht ik dat het een goed idee was om nog iets anders te bekijken. Nu ik hier toch was. Even doorbijten was, zo dacht ik, beter dan een andere keer weer deze reis af te leggen en prikkels te trotseren.

Daar ging ik dus de fout in.
Mijn hoofd was er klaar mee, en wilde maar 1 ding: rust!

Samen met Arend liep ik naar de kassa. Ik zei dat ik hem buiten wel zou zien, en vervolgde mijn weg – langs de kassière – richting de uitgang. Mijn hoofd was al bijna buiten. En ondertussen leken de prikkels alleen maar heftiger te worden. Alsof je heel nodig moet plassen en de drang, bij iedere stap dat je dichter bij de wc komt, groter wordt. Als aan een hemelpoort zag en voelde ik het licht en de rust van buiten steeds dichterbij komen. (Oké, niet helemaal. Maar dat is voor het verhaal wel mooi). En toen… hoorde ik – door mijn oordopjes en mijn eigen filter heen – de kassière: “Mevrouw. Mevrouw! Mag ik even in uw tas kijken”.

Ik kon het opbrengen terug te lopen, mijn tas op de toonbank te leggen. Maar, begripvol lachen zat er op dat moment niet in. Dus bij deze: sorry mevrouw de kassière. Het lag niet aan u. Het was mijn hersenletsel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *